Omgevingswet


Het kabinet wil het omgevingsrecht makkelijker en begrijpelijker maken door wetten te bundelen en te vereenvoudigen. De Omgevingswet treedt naar verwachting in 2021 in werking. Het is de bedoeling om samen met nieuwe wetgeving en een digitaal stelsel een andere manier van denken te introduceren. Van ‘nee, tenzij’ naar ‘ja, mits’ – denken in mogelijkheden dus. Het motto van de wet is: ‘ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit’.

6 kerninstrumenten Omgevingswet

De Omgevingswet bestaat uit 6 kerninstrumenten:

  • Omgevingsvisie
  • Programma's
  • Algemene Rijksregels voor activiteiten
  • Omgevingsvergunning
  • Decentrale regelgeving
  • Projectbesluit

1. Omgevingsvisie

Een samenhangend, strategisch plan voor de leefomgeving. Dat plan richt zich op de fysieke leefomgeving als geheel. De Omgevingswet schrijft voor dat het rijk en de provincies elk één omgevingsvisie vaststellen. Gemeenten kunnen zelf beslissen of zij zo’n visie vaststellen of niet.

2. Programma's

Een programma bevat concrete maatregelen voor bescherming, beheer, gebruik en ontwikkeling van de leefomgeving. Met die maatregelen moeten omgevingswaarden of doelen voor de leefomgeving worden bereikt.

3. Algemene rijksregels voor activiteiten

Op sommige gebieden kan het nuttig zijn om nationale regels te stellen voor de bescherming van de leefomgeving. Daar werkt het rijk, als dat kan, met algemeen geldende regels. Dat voorkomt dat burgers en bedrijven steeds toestemming moeten vragen aan de overheid. Nadeel van algemene regels is dat ze soms niet goed passen bij specifieke situaties. Daarom bevat de wet een aantal instrumenten die de flexibiliteit van algemene regels vergroten.

4. Omgevingsvergunning

De omgevingsvergunning toetst vooraf of dat een bepaald initiatief mag. De toetsing is zo eenvoudig mogelijk en houdt, als dat nodig is, rekening met algemeen geldende regels. Door de vergunningverlening zo simpel mogelijk te houden, duren procedures ook niet onnodig lang. Initiatiefnemers kunnen via één aanvraag bij één loket snel duidelijkheid krijgen voor alle activiteiten die zij willen uitvoeren.

5. Decentrale regelgeving

Eén van de uitgangspunten van de wet is dat decentrale overheden al hun regels over de leefomgeving bijeenbrengen in één gebiedsdekkende regeling. Voor de gemeenten is dit het omgevingsplan, voor de  waterschappen de waterschapsverordening en voor de provincies de omgevingsverordening.

6. Projectbesluit

Het projectbesluit biedt een uniforme procedure voor besluitvorming over complexe projecten die voortvloeien uit de verantwoordelijkheid van rijk of provincies. van het projectbesluit is om dit soort procedures sneller en beter te laten verlopen dan in het verleden. Als een project bijvoorbeeld in strijd is met een omgevingsplan, bestaat de mogelijkheid om van het omgevingsplan af te wijken. In voorkomende gevallen kan het projectbesluit ook in de plaats komen van de omgevingsvergunning.